Hoe gaat dat?

Wat is een meerdaagse opname?

Bij een meerdaagse opname blijf je langer dan één dag in het ziekenhuis. Bijvoorbeeld voor een of meer onderzoeken, een behandeling of een operatie.

Waar word je verwacht?

Voor een meerdaagse opname moet je altijd in Nieuwegein zijn.
Kijk je goed hoe laat je daar verwacht wordt?

Hoe meld je je aan?

Kom je voor een operatie? Dan heb je eerst toestemming nodig van de anesthesist. Dat is een arts die gespecialiseerd is in het geven van een narcose (verdoving). Daarvoor kun je zonder afspraak langsgaan bij de polikliniek Anesthesiologie in Nieuwegein en Utrecht.

Als je bij de anesthesist bent geweest (of als je daar niet langs hoeft) zet de afdeling Opname je op de wachtlijst.

Na een tijdje neemt een planningsmedewerker van de afdeling Opname telefonisch contact met je op om een opnamedatum te plannen. We houden natuurlijk zo veel mogelijk rekening met de wensen van jou en je ouders.

Hoe lang moet je wachten?

Hoe lang je moet wachten, hangt van allerlei dingen af, zoals:

  • Hoe snel moet je onderzocht of geholpen worden?
  • Wil je graag naar één bepaalde dokter?

Op onze website vind je de wachttijden voor sommige ingrepen en onderzoeken.
Staat de jouwe er niet bij, of heb je speciale wensen? Bel dan met de afdeling Opname, 088 - 320 31 00.

Wat je dokter óók moet weten!

Je dokter wil natuurlijk allerlei dingen van je weten, zoals hoe je je voelt en welke medicijnen je gebruikt. Maar hij/zij wil ook weten of:

  • je in de afgelopen twee maanden in een buitenlands ziekenhuis bent geweest voor een operatie of een opname van meer dan één dag
  • je vaak in de buurt komt van varkens, vleeskalveren of andere dieren

Dan moeten we in het ziekenhuis namelijk extra goed opletten dat je geen last krijgt van bacteriën.

Hoe bereid je je voor?

Wat weet je al?
Het is goed om vooraf voor jezelf op een rijtje te zetten wat je al weet over je operatie of onderzoek. Bijvoorbeeld:

  • Waarom moet ik dit onderzoek of deze operatie krijgen?
  • Wat gebeurt er op de dag van mijn onderzoek of operatie?
  • Wat mag ik die dag wel en niet?
  • Hoe zal ik me na het onderzoek of de operatie voelen?

Als je deze vragen probeert te beantwoorden, ontdek je misschien dat je nog niet alles weet. Stel dan gerust vragen. Bijvoorbeeld aan je ouders of aan je dokter.

Wat regel je van tevoren?
Het kan zijn dat je na je opname extra dingen nodig hebt, zoals krukken of een rolstoel. Het is slim om die hulpmiddelen vóór je opname te regelen.

Wat neem je mee?
Deze dingen mag je niet vergeten:

  • je patiëntenpasje
  • je verzekeringsbewijs
  • je legitimatiebewijs
  • alle medicijnen die je gebruikt, liefst in de originele verpakking
  • ondergoed
  • nachtgoed, pantoffels of badslippers 
  • kleren (let op: het is vaak warm in het ziekenhuis)
  • toiletartikelen (zoals tandenborstel, tandpasta, kam, shampoo, scheerspullen, deodorant, lenzenspullen, spiegel)
  • adres en telefoonnummer van je ouders (als je alleen komt)
  • en als je wilt: je mobiele telefoon, boeken, dvd's, bladen, mp3-speler, hobbyspullen

Heb je een dieet? Neem dan een lijstje mee waarop staat wat je wel en niet mag eten en drinken.

Je ouders hebben ook een paar dingen nodig:

  • geld voor de parkeerautomaat
  • iets te eten en/of te lezen voor zichzelf

Wat laat je thuis?
Waardevolle spullen, geld of sieraden kunt je beter niet meenemen naar het ziekenhuis. Stel je voor dat het gestolen wordt of kwijtraakt! Mocht er toch iets weg raken, meld dit dan bij de verpleegkundige en doe aangifte bij de politie.

Als je onder narcose gaat, mag je sommige dingen niet op of aan. Die kun je dus ook beter thuislaten:

  • bodylotion
  • make-up
  • nagellak
  • piercings
  • sieraden

Dag van opname

Als je naar het ziekenhuis gaat, mogen je ouders of iemand anders die je begeleidt (ouder dan 18 jaar) mee. Zorg je dat je op tijd komt? Je kunt je melden bij de Kinder- en Jeugdafdeling. Weet je de weg niet? Loop dan eerst even langs de informatiebalie in de hal.

Nuchter zijn
Als je geopereerd wordt, ga je onder narcose. Je krijgt dan van de anesthesist een medicijn om te slapen. Omdat je heel vast slaapt, voel je niets van de operatie. Je wordt pas wakker als de operatie voorbij is.
Voor sommige onderzoeken ga je ook onder narcose.

De uren vóór de narcose mag je niets eten of drinken. Dat heet: nuchter blijven. Het is heel belangrijk om nuchter te blijven, want als je iets in je maag hebt, kun je tijdens of na de operatie of het onderzoek erg misselijk worden en gaan overgeven.
Als je niet nuchter bent, dan mag je niet onder narcose, en word je weer naar huis gestuurd! Hou je dus aan de volgende regels. Dat is echt belangrijk!

  • De laatste 6 uur vóórdat je in het ziekenhuis moet zijn, mag je niets meer eten. Daarvóór mag je nog een licht ontbijt: een kopje thee en een beschuit, dun besmeerd met jam.
  • De laatste 2 uur vóórdat je in het ziekenhuis moet zijn, mag je ook niets meer drinken. Daarvóór mag je nog water, appelsap of thee drinken.

Daarna mag je niets meer eten of drinken tot de operatie of het onderzoek voorbij is.

Je kamer
De verpleegkundige maakt je wegwijs op de afdeling en je kamer. Er zijn één- en tweepersoonskamers. Je hebt een nachtkastje naast je bed, en op elke kamer staat een televisie.

Je kamergenoten
Op jouw afdeling zijn kinderen van allerlei leeftijden. We doen ons best om het leeftijdsverschil tussen jou en je kamergenoot zo klein mogelijk te houden. Het kan voorkomen dat er jongens en meiden op één kamer liggen.

Opnamegesprek
De verpleegkundige wil van alles van je weten:

  • wat je verwacht
  • wat je wilt (of je speciale wensen hebt)
  • welke medicijnen je gebruikt
  • en (als je ouders niet meekomen) wie je contactpersoon is

Ze vertelt je wat er precies gaat gebeuren. Als je vragen hebt, kun je die aan haar stellen.

Daarna neemt de verpleegkundige je temperatuur op met een oorthermometer. Misschien moet je ook nog even op de weegschaal gaan staan. Als je geopereerd moet worden, dan krijg je een operatiejasje aan. Je krijgt ook nog een zetpil. Die zorgt dat je na de operatie minder pijn hebt.

Ga je niet onder narcose, dan trek je je nachtkleding aan. Misschien mag je zelfs je gewone kleren aanhouden. De verpleegkundige vertelt je wel wat voor jou geldt.

De operatie of het onderzoek

De operatie

De verpleegkundige rijdt je met bed en al naar de operatieafdeling. Een van je ouders of je begeleider mag mee. Maar hij of zij moet wel een speciale jas aantrekken en een muts opzetten. Dat is omdat de operatiekamer heel schoon moet blijven.

De anesthesist en/of operatieverpleegkundige brengt jou (en je vader of moeder) naar de operatiekamer. Daar ga je op een smal bed liggen: de operatietafel.

De anesthesist brengt je in slaap. Dat kan op twee manieren:

  • meestal met een prik (infuus), waardoor het verdovingsmiddel wordt ingespoten
  • soms met een kapje op je neus en mond, waardoor je het verdovingsmiddel inademt

De anesthesist bespreekt van te voren welke manier bij jou gebruikt zal worden.

Als je een prik krijgt, wordt éérst je huid verdoofd met een zalf of spray. Je voelt dus bijna niets van de prik.

Je vader of moeder mag niet bij de operatie blijven. Na de operatie word je wakker op de uitslaapkamer. Daar mag één van je ouders of je begeleider weer bij je zijn als je dat zelf prettig vindt.

Op de uitslaapkamer is een speciale verpleegkundige die goed kijkt hoe het met je gaat. Het kan zijn dat je je nog niet zo lekker voelt. Misschien ben je misselijk of heb je pijn. Als dat zo is, moet je dat gewoon zeggen. Dan geeft ze je er een medicijn tegen.


Als alles goed gaat komt je ‘eigen' verpleegkundige van de kinderafdeling je weer ophalen om je naar je kamer te brengen. Daar krijg je iets te drinken en - als je zin hebt - een ijsje. Als je wilt, kun je even tv kijken of naar muziek luisteren.

Na je operatie
De dagen na je operatie moet je verder herstellen. Je zal meestal meer gaan drinken en eten, je komt uit bed (als dat mag van je arts) en je gaat steeds beter voelen. Je arts komt elke dag bij je langs om te kijken hoe het met je gaat.

Het onderzoek
Je vader, moeder of begeleider mag met je mee naar de onderzoekskamer. De verpleegkundige vertelt je precies wat er tijdens het onderzoek gaat gebeuren.

Algemene informatie

Dit gebeurt er op een dag:
07.30 uur Wakker worden en ontbijten.
08.30 uur Je gaat je douchen of wassen op bed.
08.30 uur De dokter komt langs om te vragen hoe het met je gaat.
10.00 uur Je krijgt drinken en fruit.
11.30 uur Lunch. Je mag van de broodkar kiezen wat je lekker vindt.
12.30 - 14.00 uur Rusten.
14.00 uur Je krijgt drinken en misschien komt er bezoek.
16.45 uur Je krijgt warm eten. Je mag van de buffetkar kiezen wat je lekker vindt.
20.00 uur Einde bezoekuur. Een van je ouders mag bij je blijven.



Bezoek

Je vader en moeder mogen de hele dag bij je blijven. Andere bezoekers kunnen elke dag tussen 14.00 uur en 20.00 uur komen, behalve als je (bijvoorbeeld) een onderzoek hebt.
Er mogen maximaal twee bezoekers tegelijk bij je langskomen, zodat het niet te druk wordt voor jou en je kamergenoot.

Even weg
Als je zeventien of achttien bent, mag je met je bezoek van de afdeling af (als je niet te ziek bent). Ben je zestien jaar of jonger, dan mag je alléén even weg onder begeleiding van iemand die achttien jaar of ouder is. Laat de verpleegkundige wel even weten dat je weggaat en wanneer je terugkomt.

Rooming-in
Je ouders mogen overdag bij je blijven. Eén van je ouders of je begeleider mag op een logeerbed op je kamer blijven slapen, als je dat prettig vindt. Dat noemen we rooming-in. Als je op een tweepersoonskamer ligt, kan het zijn dat er van je kamergenoot ook een ouder blijft slapen.

Ouderkamer
Halverwege de afdeling is een ouderkamer, waar de ouders even rustig kunnen zitten. Ze mogen er ook mobiel bellen. In de rest van het ziekenhuis mag dat niet. Op de ouderkamer mogen geen andere bezoekers komen, en ook geen patiënten.

Eten en drinken
In het ziekenhuis komt iemand van Roomervice (de voedingsassistente) het eten brengen. 's Morgens en 's middags is er brood. 's Avonds is er warm eten. Je mag bij elke maaltijd kiezen uit verschillende soorten brood en beleg of warme gerechten die op een kar staan (de buffetkar).

Tussendoor mag je drinken en fruit. En als je trek hebt, mag je altijd iets vragen.

Als je vader of moeder blijft slapen, krijgt hij of zij ook ontbijt. Maar verder moeten ze voor hun eigen eten zorgen.

Je mag van thuis altijd eten en drinken meenemen. In de ouderkamer staat een koelkast waar je het in kunt bewaren. Er moet wel een sticker met je naam op zitten.
Er staat ook een magnetron in de ouderkamer. En je vader en moeder kunnen er koffie en thee pakken.

Speelkamer
Op de afdeling is een speelkamer. De speelkamer is open van negen uur 's morgens tot half vijf 's middags. Op zondag is hij dicht.

Je broers en zussen mogen er ook spelen, maar alleen als je vader of moeder erbij is. Verder mag er geen bezoek komen.

Op de speelkamer is ook van alles te doen voor tieners. Denk maar eens aan:

  • internet
  • Playstation
  • tafelvoetbal
  • Wii

Er zijn ook allerlei puzzels en spelletjes, en knutselspullen voor als je lekker creatief bezig wilt zijn.

Op de afdeling is altijd minstens één pedagogisch medewerkster. Ze kan je helpen om te kiezen wat je gaat doen. Je kunt ook altijd met haar praten, of je nu vrolijk bent of je zorgen maakt. Of als je iets wilt weten over je onderzoek of je operatie.

Als je van de dokter niet naar de speelkamer mag, dan komt de pedagogisch medewerkster bij jou op je kamer langs.

Op de hele kinderafdeling is een draadloos Wifi netwerk en er zijn laptops en iPads , voor als je in bed moet blijven.

Weer naar huis

Je hoort van de arts of van de verpleegkundige wanneer je met ontslag (naar huis) mag. Overleg met je ouders en je verpleegkundige hoe laat je kunt worden opgehaald. Het is de bedoeling dat je vóór de middag van de afdeling bent.

Als je op de polikliniek moet terugkomen, krijg je daarvoor een afspraak mee.

Ontslaggesprek
Vlak voordat je naar huis gaat, heb je nog een ontslaggesprek met de verpleegkundige en de arts. Je kunt dan zeggen hoe je de opname hebt gevonden. Je krijgt wat adviezen voor thuis en je kunt natuurlijk nog vragen stellen.

Tot ziens?
Het is heel fijn als je weer naar huis mag. Maar het kan ook wat tegenvallen om weer thuis te zijn: je bent nog niet helemaal de oude, misschien slaap je wat slechter of je mis je je kamergenoten. Dat is helemaal niet vreemd. Praat er gerust met je ouders of vrienden over.

Als je het leuk vindt om nog eens op de afdeling terug te komen voor een praatje, ben je van harte welkom!